31 oktober 2006

Schichtige lieverds

Nevelsluiers dekken de aarde toe en de wind fluistert slaapwel tussen de takken van de bomen. Hij kondigt het einde van de dag aan. Een troep reeën staat aan een waterplas te drinken terwijl één van hen schichtig rondkijkt. Witte sliertjes waterdamp kringelen uit hun neusgaten omhoog. Ik ga stil achter een boom staan en hou mijn adem in. Vorige keer had ik ze weggejaagd door verrukte kreetjes te slaken.
De reeën beginnen nu ook bramen en twijgjes te knabbelen, zonder de omgeving één seconde uit het oog te verliezen. Ik verstap om mijn fototoestel uit mijn zak te nemen, een takje knapt, ze heffen onmiddellijk hun kop op en vluchten het woud in.
Voldaan stap ik terug naar mijn fiets. 'Tot morgen', prevel ik voor me uit.

Filia Solis

8 opmerkingen:

roedi zei

mooi :-)

Smiling Cobra zei

Woon jij in de Ardennen misschien? Ik ben nu bevriend met een koe en eigenlijk zou ik ook reeën verkiezen, maar die zijn hier nergens te vinden.

Cherry Blossom Girl zei

Je eerste zin: beklijvend!!

Dwangbuis zei

De gemiddelde impressionistische schrijver zou eveneens verrukt in de handen klappen.

Sir Robin zei

Het gevoel om reeën in het wild te zien is onbeschrijflijk.
Wat jij hier neerpent komt toch verdacht dicht in de buurt om het toch te beschrijven. En hoe! Ik ben er stil van geworden.

aefke zei

Wat een mooi stukje weer!!

Bart zei

ronduit knap!

Erwin Troost zei

Dit is dus puur poëzie! (voor mij althans)