30 augustus 2006

Love Game

Het is zo’n tennisclub waarvan de klasse en rijkdom afstraalt. Op het grote hardhouten terras staan royale teaken stoelen en tafels, waarop prikkertjes met olijven en kaas staan. De mensen drinken er champagne en hun kraagje van hun River Woods hemd staat rechtop.
Met een geroutineerd gebaar dat perfect bij zijn hautaine air past veegt hij een weerbarstige haarlok uit zijn gezicht. Ik trek m’n wenkbrauwen op want ik erger me aan die jonge blasé tennistalenten. Hij paradeert rond alsof hij denkt met een vingerknip de loop van de hemellichamen te kunnnen veranderen. Zijn rode Wilson-tas is veel breder dan zijn rug; alhoewel ik hem 17 jaar schat. Hij ploft ze neer naast de bank en neemt één van zijn 9 rackets. Ik ben hier eigenlijk om te supporteren voor m’n vader die vandaag kwartfinale speelt maar raak een beetje geïntrigeerd door deze jongen.
Wanneer ze beginnen op te warmen valt onmiddellijk op wat een capaciteiten hij heeft. Wanneer de wedstrijd echter begint haalt hij geen 50% meer van het niveau van de opwarming. Ik kijk ondertussen verder naar mijn vaders wedstrijd. Nadat de jongen een unforced error slaat, neemt hij een bal om op te slaan maar smasht hem kwaad tegen de draad, precies waartegen ik sta aangeleund. ‘Hé, wie probeer jij wat te bewijzen?’ roep ik kwaad. Zijn donkere ogen bliksemen. Toch verbetert zijn spel en hij komt 5-3 voor. Dan begint het plots te stortregenen en iedereen vlucht in de reeds overvolle kantine. Ik ga bij hem staan (ik ben mijn vader ondertussen al volledig vergeten) en we beginnen te babbelen. Blijkt, zoals ik al had gedacht, dat hij onder grote druk staat van zijn ouders die in hem de nieuwe Rochus zien en met hem van de ene kant naar de andere van het land rijden.
‘Maar wat is nu het ergste dat je vandaag kan overkomen? ’ vraag ik ‘Ben je bang om te verliezen omdat je het dan zelf jammer zou vinden of om wat Mariette van de buren en Roger van bij de slager dan zou zeggen ?’ Zo babbelen we nog wat verder tot de regen ophoudt.
Plots bloost hij, kust me vluchtig op de wang en snelt het terrein op. ‘Succes!’ roep ik hem nog na. Hij draait zich lachend om en zwaait nog eens.
Zelfvoldaan ga ik naar het terrein waar mijn vader speelt, wiens match nu al lang is afgelopen, maar het kan me eigenlijk niks schelen.

4 opmerkingen:

AnnaStesia zei

hehe
nummers uitgewisseld?

Erwin Troost zei

Het gaat niet om winnen of verliezen, maar dat je een goed spel hebt gespeeld. Stiekem heb je iets gewonnen en een fijn spel gespeeld.

rider-of-the-apocalyps zei

There is nothing either good or bad, but thinking makes it so. William Shakespeare

Dwangbuis zei

Veilig thuisgeraakt?